Sony U-Matic

Sony had, als een van de grote spelers in de videowereld begin jaren '70, al snel in de gaten dat een op losse spoelen gebaseerd videosysteem het grote publiek nooit zal bereiken. Sony had voor de professionele en semi professionele wereld de 1 inch machines en voor instellingen en particulieren de CV en AV series gebaseerd op een ½ inch open reels. Alle systemen werden met groot succes toegepast, maar machines met losse spoelen heeft een aantal begrijpelijke nadelen.

- het aanbrengen van de spoelen vereist enige behendigheid
- stof kan makkelijker op de band komen met drop-outs tot gevolg
- de band kan ook sneller beschadigen, vouwen, vingerafdrukken enz.
- bij het aanbrengen van de band kunnen beschadigingen aan de kop plaatsvinden
- open reels kunnen omgekeerd worden aangebracht op de recorder (!)
- een bijkomend technisch nadeel is dat de band altijd in ingeregen positie terug gespoeld wordt wat enige extra slijtage tot gevolg heeft aan band en het loopwerk van de recorder
- er kunnen ook typen band van andere fabrikanten worden gebruik die andere specificaties hebben dan de voorgeschreven specificaties met als gevolg dat het beeld minder van kwaliteit is

Sony had als oplossing een systeem in gedachte waarbij de twee reels met band in één cassette werden ondergebracht. In 1972 werd na een aantal jaren van ontwikkeling in Japan de U-Matic op de markt gebracht, de VO serie recorder was geboren. Een jaar later werd de U-Matic in de VS geïntroduceerd en een jaar later in Europa. Ford Amerika nam direct 5000 recorders af voor interne trainingsdoeleinden. Wat het succes natuurlijk onderschreef. De naam van het systeem werd ontleend aan de manier van inrijgen van de band in de recorder, dit gebeurt in een U vorm. De U-Matic was vrijwel gelijk een succes, de VO series hadden een aantal leuke features:

- resolutie van ongeveer 250 beeldlijnen in kleur, 350 in zwart/wit
- kleuren opname en weergave in de 3 wereldnormen is vaak standaard
- twee geluidssporen van goede kwaliteit, afzonderlijk te kiezen
- multi norm video system waren standaard op het apparaat (PAL/NTSC/SECAM)
- in het apparaat konden modulen worden geplaatst, zoals bijvoorbeeld een tuner of een audio moduul (de laatste module was het meest gangbaar). De modulen zaten aan de rechterkan van de recorder.
- de band was in handige cassettes ondergebracht met (toen) maximaal 1 uur aan opnametijd
- de uitwisselbaarheid van cassettes was t.o.v. andere semi professionele systemen beter omdat de elektronica en de mechanica nauwkeuriger was

Bij de introductie in '72 kon Sony niet voorzien dat de U-matic standaard zo'n lang leven voor zich had. Momenteel is het systeem nog erg populair, vooral bij reclame bureaus vanwege de bijzondere duurzaamheid van het mechaniek. In de echte professionele wereld wordt U-Matic al ruim 7 jaar niet meer als standaard gebruikt omdat de specs niet meer up to date zijn. Een uur speelduur is voor professionele doeleinden niet voldoende, later zijn ook banden van anderhalf uur gemaakt.

De meeste recorders zijn werkelijk mechanisch onverslijtbaar, maar als het dan toch tot een officiële reparatie komt dan is deze vaak niet goedkoop.

Kort na de introductie werd ook een portable recorder gelanceerd zodat rapportages op wisselende locaties mogelijk waren. Deze portable recorders maken gebruik van kleinere cassettes, de KCA 20 (20 minuten) of KCA 10 cassettes (10 minuten). Dit kleinere formaat cassette past ook in de grotere recorders zonder extra apparatuur zodat uitwisseling mogelijk was op andere U-matic (montage) recorders. Voor een mooie opname waren de technische specificaties niet zozeer de bottleneck voor een mooi plaatje, een goede camera wel (net zoals bij de huidige DV technieken trouwens). De toenmalige buizen camera's hadden erg veel last van het nazwemen van lichte of felle beelden. Dit effect is duidelijk te zien bij bijvoorbeeld oude videoclips van voor 1982 (slechts als richtjaar) toen de meeste opnamen nog met buizencamera's werden geschoten, al dan niet met drie of één buizen. De CCD chip techniek heeft gelukkig het gezweem geëlimineerd en de techniek toegankelijker gemaakt voor iedereen. Buizen camera's hebben een gegarandeerde kleurechtheid van 1000 uur, CCD chips zijn levenslang kleurecht. Er kan wel eens een pixeltje wegvallen, maar toch.

Gedurende het bestaan van het systeem is de U-Matic geëvolueerd in drie officiële normen. In 1983 was het duidelijk dat de U-matic standaard al aan het verouderen was en werd de zgn. U-Matic BVU versie geïntroduceerd. BVU heeft een verbeterd oplossend vermogen t.o.v. de standaard U-matic, de kopspoorbreedte was iets breder dan standaard U-Matic, als ook een betere kleurweergave. De bredere opgeschreven spoorbreedte boekte een aantal horizontale lijnen winst (400 beeldlijnen, net zoveel als Super VHS), maar het grote voordeel zat toch wel in de verbeterde kleurenweergave. Dit resulteerde wel dat BVU opnamen niet (helemaal) uitwisselbaar waren met de oudere norm, hoewel de cassettes identiek waren. Als je een gewone U-Matic opname op een BVU afspeelt dan heb je geen kleur wel beeld. JVC, naast Sony en Panasonic ook producent van U-Matic apparatuur, heeft ook een soort BVU versie op de markt gehad waarover ik eigelijk verder geen gegevens heb kunnen vinden. Bij deze recorder was ook een verbeterde kleurenweergave bereikt en wel voordat Sony BVU op de markt had geïntroduceerd.

Uiteindelijk in 1989 is het systeem nogmaals geupgrade om tegemoet te kunnen komen aan de telkens grotere behoefte aan kwaliteit en de concurrentie van andere videosystemen, naar het zgn. U-Matic SP systeem. SP staat voor Superior Performance. Een U-matic SP kan alleen de SP kwaliteit leveren al de speciale SP banden worden gebruikt. Als geen SP cassette gebruikt wordt neemt de recorder op in BVU of gewoon U-Matic. De SP banden hebben een extra gaatje aan de onderzijde naast het rode write-protect dopje. De SP norm kon Sony bereiken door de kop spoorbreedte nogmaals te verbreden en de kleuren draaggolf nogmaals te verhogen. Beide veranderingen zijn eigenlijk tot stand gekomen door betere elektronica en mechanica die binnen de gestelde marges meer informatie op de band kon krijgen. De verbeterde versie, de zgn. U-Matic SP voldoet met zijn ruim 500 oplosbare beeldlijnen (net zoveel als de huidige DV videocamera) wel aan de EBU uitzendnorm, maar dit type recorder is minder gangbaar dan U-Matic Low Band en BVU. U-Matic SP is eigenlijk nooit een belangrijke norm geweest omdat bij de introductie andere systemen interessanter waren voor montage. Met name Betacam had veel voordelen t.o.v. alle U-Matic varianten. Betacam schrijft op een ½ inch band de informatie kleurgescheiden (RGB en Y) op de band. Wat een duidelijke beeldverbetering tot gevolg heeft. Desondanks geeft een SP machine een heel mooi plaatje, de banden zijn wat moeilijker tweedehands te vinden. Op de band staat een duidelijke vermelding dat de tape ook geschikt is voor SP opnames.

De verschillen op een rij:

  U-Matic low band U-Matic BVU U-Matic BVU SP
Introductie 1972 1982 1988
Beeldlijnen/resolutie 250 400 500
Kleur ja ja (hi band) ja (hi band) breder kopenspoor
Bandsnelheid 9,85 cm/sec 9,85 cm/sec 9,85 cm/sec
Cassettes standaard+camera standaard+camera standaard+camera
Audio 2 kanalen 2 kanalen + tijdcode 2 kanalen + tijdcode + dolby C
Kop (PAL) 1500 rpm 1500 rpm 1500 rpm
Band 3/4 inch 3/4 inch 3/4 inch

Bij de introductie van BVU bleek al snel dat bij het verder monteren van de beelden er te veel ruis optrad in de uiteindelijke kopie. Sony heeft dit in de SP machine kunnen ondervangen door deze typen uit te rusten met een Dolby C ruisonderdrukker. Om monteren te vereenvoudigen is er een heel klein audiospoor aan de uiterste rand van de tape gebruikt voor een tijdcode (TC). TC wordt gebruikt bij montage, de code komt overeen met de frames op de tape. Eigenlijk is tijdcode een puls wat met apparatuur als een tijd zichtbaar gemaakt kan worden.

Hoe zijn de banden nog tegenwoordig:
Momenteel zijn U-Matic banden nog goed afspeelbaar alhoewel vuile koppen met oudere tapes geen uitzonderingen zijn. Oudere recorders geven een duidelijk minder beeld dan de recorders uit de latere generatie (omstreeks na 1982). De latere generatie recorder is herkenbaar aan het front-loading systeem, eerdere recorders waren allemaal top-loaders (bovenladers). De eerste frontloaders zijn bijvoorbeeld de VO5630 (player en recorder) of VO5600 (player) , een recorder die voor ongeveer Hfl 125,= te vinden moet zijn.

Spoel de banden voordat je ze gaat (her) gebruiken eerst even op en neer, of meerdere keren. Let wel op dat oude banden moeilijker spoelen, de recorder moet dan erg veel moeite doen om de band in de cassette te transporteren wat beschadiging van band en recorder tot gevolg kan hebben. Neem dan voor het spoelen een oude afgeschreven recorder. Een bovenlader is hiervoor goed geschikt omdat deze beschikt over veel zwaardere motoren dan de elektronisch meer verfijnde voorladers. In tegenstelling tot Betamax, wat grotendeels is gebaseerd op U-Matic, heeft het heen en weer spoelen van banden geen invloed op het loopwerk en videokoppen. Bij U-Matic rijgt de band in de cassette bij het spoelen. Bij Beta blijft de tape in ingeregen positie in de recorder wat aanzienlijke slijtage tot gevolg heeft.

Mij is niet bekend of er banden zijn die de tand des tijds minder goed doorstaan hebben. Bij veel andere systemen waren de tapes van Scotch/3M snel slecht van kwaliteit dan andere merken. Omstreeks 1985 hebben de bandenproducenten een 90 minutencassette gemaakt. Tegenwoordig zijn er veel gebruikte banden verkrijgbaar voor een lage prijs.

Lastig:
Een lastig punt bij alle U-Matic is dat de videodrum bij vervanging gecentreerd moet worden op 3 á 4 duizendste van een millimeter. Ook bij Betamax recorders moest dit gebeuren door de technicus. Vervangen van een videokop kan dus alleen gebeuren als je in het bezit bent van een micrometer (0,001) en de kennis om de vervanging uit te voeren. Een drum vervangen zonder deze goed te centeren zal voortijdige slijtage aan de koppen tot gevolg hebben. Centreren m.b.v. een stukje papier en lamp waarbij de schaduw/licht de onbalans versterken kan wel worden toegepast maar is echter niet accuraat genoeg. Vermijd deze methode, de koppen slijten aanmerkelijk sneller en dat is zonde. Een andere truc is om een kop met motor uit een player (meestal minder waard en vaak niet versleten) te halen en deze in zijn geheel in de recorder te plaatsen.

Wat was en na(ast) U-Matic?:
Als we de videotijdlijn bekijken dan was er in het begin (1972) geen directe concurrent voor U-Matic, pas nadat het systeem technisch aan het verouderen was hadden de andere fabrikanten nieuwe systemen ontwikkeld.
Sony kwam begin 80 er jaren met een professioneel systeem wat gebaseerd was/is op Betamax, Betacam geheten.
JVC kwam in 1982 met het MII systeem. MII was beter in kwaliteit dan U-Matic en is zelfs vergelijkbaar met Betacam SP wat in 1988 verscheen. MII is nooit echt aangeslagen Betacam is ook in verschillende varianten leverbaar geweest. Betacam is in 1994 opgevolgd door Digitale Betacam. Betacam is in het semi professionele circuit nog een erg gewaardeerde norm naast DV, DV-CAM en DVC-Pro (50). Het grote verschil tussen U-Matic en Betacam is de optekening van het beeld op de band. Bij Betacam wordt het beeld component gescheiden opgetekend. Digitale Betacam (ook wel Digibeta) is eigenlijk een compleet nieuw ontworden norm en is niet vergelijkbaar met Betacam. In sommige Digibeta recorders is het ook mogelijk om Betacam banden af te spelen. Omdat de drum van een Digibeta een grotere diameter heeft wordt het verschil digitaal gecompenseerd. Deze conversie heeft tot gevolg dat de opname vaak nog mooier is dan van een gewone Betacam zelf.

Verdere uiteenzetting van het betacam systeem gaat buiten het kader van mijn verzameling, misschien over 10 jaar.

Een VO1810, een van de eerste U-Matics.

Dit model is de eerste U-Matic en tegenwoordig nog wel te vinden voor een redelijke prijs. Een goede VO, ook optisch, mag niet meer dan Hfl 200,= gulden kosten. Er zijn ook VO's geweest waarmee alleen kon worden afgespeeld (player), deze kunnen goed als donorapparaat worden gebruikt. Een veelvoorkomend probleem is het inrijgen van de band. De bandgeleiders zijn gemonteerd op een ring die door middel van een rubberen aandrijfasje moet draaien. Na 30 jaar is het rubber minder zacht geworden en krijgt het de ring niet meer goed getransporteerd. Vervanging is dan noodzakelijk. Pas op de bandgeleider die op het railsje is gemonteerd, dit onderdeel wordt met een klein stukje plastic achter het railsje gehouden. Dit breekt snel af, het gevolg is dat de bandgeleider tegen de videokoppen aan schiet. Resultaat is een lastige vervanging van de videokop. De cremekleurige metalen kap/bovenkant vertoont vaak krassen omdat de hoes van de band er vaak op wordt gelegd, de kap is echter goed te spuiten en daarna niet meer van nieuw te onderscheiden. Een goed afgestelde VO 1810 geeft een goed plaatje, beter dat een moderne VHS recorder.

De VO 5600 (full height) serie en 9000 serie.
Deze recorders hebben bewezen zeer duurzaam te zijn, ook als ze als werkpaarden worden ingezet. Het luidruchtige mechaniek met de magnetische schakelspoelen doen je denken aan een professioneel en degelijk apparaat, en dat is hij dan ook! Het loopwerk heeft voor vele U-Matics als basis gediend ook voor BVU totdat Sony met een andere range op de markt kwam herkenbaar aan de pakweg halve hoogte t.o.v. de 5600 serie. Deze modellen (9000 serie) maken een andere indruk, mechanisch gezien een stuk minder betrouwbaar en op elektronisch gebied ook een stuk slechter. De 60 condensatoren op de boarden nét boven de videokop zijn inmiddels aan het lekken. Zestig (ontkoppel) elco's vervangen op een dubbelzijdig gesoldeerde print is geen pretje, geloof me. Veel oudere tapes kan je beter niet op een 9000 serie op en neer spoelen omdat de motor niet echt is bemeten voor het wat zwaardere werk. Elektronisch en mechanisch is hij wel verfijnder, maar qua duurzaamheid zeker niet beter dan al zijn voorgangers.



Home